Follow by Email

vrijdag 23 december 2011

Een verdomd goede actrice

Een lezer vroeg laatst of er al nieuws was over Anna, het meisje dat afgelopen zomer ontsnapte uit een Finse psychiatrische inrichting en vervolgens zoekraakte in Frankrijk.
Ik had haar Anna genoemd, wat niet haar echte naam is en al is die intussen al wel bekend – de afgelopen tijd heb ik herhaaldelijk oproepen op Facebook geplaatst – houd ik het liever nog even bij haar schuilnaam. Ja, er is nieuws over het meisje dat beweert dat Elizabeth Taylor en Richard Burton haar ouders zijn.

Lees verder op TZUM.INFO: http://www.tzum.info/2011/10/kroniek-aristide-von-bienefeldt-12/kroniek-aristide-von-bienefeldt-een-verdomd-goede-actrice/


vrijdag 9 december 2011

Mevrouw Underwood gaat uit winkelen

Ik dacht aan een oud liedje toen ik afgelopen zomer met mijn vriend Scott een supermarkt in Chelsea uitliep. Hij had iets voor bij de thee gekocht, ik een refill voor mijn flesje.
Aankopen die onopgemerkt gebleven zouden zijn als een zekere mevrouw Underwood niet tegelijkertijd op het idee gekomen was om daar iets te gaan kopen. Dit laatste is niet helemaal correct, maar laat ik niet vooruitlopen op de gebeurtenissen.

Lees verder op: http://www.tzum.info/2011/10/kroniek-aristide-von-bienefeldt-12/kroniek-aristide-von-bienefeldt-mevrouw-underwood-gaat-uit-winkelen/

vrijdag 25 november 2011

Van Flip Willemsen niets dan goeds

Er zijn nogal wat overeenkomsten tussen de romans van Flip Willemsen – haar nieuwste, Van de buren niets dan goeds, is net uit – en die van de Franse auteur Henri Calet.
Beide schrijvers zijn meesters in het optekenen van de bescheiden pleziertjes van het alledaagse, de minder-dan-niets-gevoelentjes waar de oppervlakkige lezer, in zijn zucht naar het grootse en het meeslepende, nogal eens overheen kijkt.

Lees verder op Tzum.info: http://www.tzum.info/2011/10/kroniek-aristide-von-bienefeldt-de-vertrouweling-van-frehel/

vrijdag 11 november 2011

De vertrouweling van Frehel

Ik zocht de boom die getuige was geweest van een dieptreurige gebeurtenis in het toch al dieptreurige leven van Frehel.
Het is altijd prettig als je iets gemeen hebt met een ster. Ik heb eens een vriend gehad die, telkens als hij iemand ontmoette, het niet kon laten te vertellen dat hij twee keer een been gebroken had. Zijn betoog, dat eerder vrolijk was dan klagerig, besloot hij met: ‘Net als Marlene Dietrich.’

Lees verder op: http://www.tzum.info/2011/10/kroniek-aristide-von-bienefeldt-de-vertrouweling-van-frehel/

vrijdag 28 oktober 2011

Vandaag ben ik jarig

Ik heb een haat-liefdeverhouding met verjaardagen.
Aan de ene kant heb ik er niets op tegen om cadeaus, kaartjes en berichtjes in ontvangst te nemen, aan de andere kant vind ik het op z’n zachtst gezegd nogal obsceen om iemand te feliciteren met het feit dat hij een stap verder verwijderd is van zijn komst op Planeet Aarde en dus ook een stap dichter bij zijn vertrek.

Lees verder op: http://www.tzum.info/2011/10/kroniek-aristide-von-bienefeldt-vandaag-ben-ik-jarig/

dinsdag 18 oktober 2011

Schetsboek (uit De Roze Tzum)

Schrijver is niet alleen het oudste beroep van de wereld, het is ook het mooiste beroep van de wereld. Ik ontvang af en toe presentjes en kaartjes waarop tevreden lezers mij bedanken voor hulp waarvan ik me niet bewust ben dat ik die geboden heb. Maar, schrijf ik dan terug, als ik geweten had dat u (of jij, hangt af van het handschrift) in nood verkeerde, en ik was in de buurt geweest, had ik zonder aarzelen 112 getoest.
Natuurlijk wordt niet dit soort hulp bedoeld, dat weet ik ook wel, of eigenlijk, dat vermoed ik, want als ik vraag wat mijn hulp precies inhoudt, dan krijg ik nogal vage antwoorden, alsof de tevreden lezer zich plotseling een beetje schaamt voor... ja, voor wat eigenlijk?
De reactie van een Antwerpse lezer die me sms'te dat hij een zin uit Leer mij Walter kennen rondom zijn kringspier had laten tatoeeren, en daarvan veel 'verlichting had ondervonden', ervoer ik eerst als een compliment (ik vroeg me af of dit andere schrijvers ook wel overkwam, en op welke lichaamsdelen hun zinnen voortleefden - een zin van Hella Haasse als polsversiering? Een Gerrit Komrijgedicht om de taille, als een soort van spirituele insnoering?), maar algauw sloeg de onzekerheid toe.

Lees het vervolg in De Roze Tzum, hier te bestellen:
http://www.tzum.info/2011/06/nieuws-het-roze-dubbelnummer-van-tzum-is-uit/


vrijdag 14 oktober 2011

Blind date

Ik laat zo nu en dan een boek van mijzelf achter in een openbare ruimte. Dat kan een wachtkamer zijn (van een huid, tand- of dierenarts), een treincoupé, een café, een terras. Het is niet toevallig dat er in dit rijtje geen restaurants staan: doordat ik de geuren die vrijkomen als er een onderdeel van een dier gekookt of gebraden wordt niet verdraag, zal je niet snel een boek van mij in een eethuis of bistrot vinden – tenzij het daar door iemand anders is neergelegd.]

Lees verder op: http://www.tzum.info/2011/10/kroniek-aristide-von-bienefeldt-blind-date/?utm_campaign=twitter&utm_medium=twitter&utm_source=twitter


vrijdag 30 september 2011

De geheime dochter van Elizabeth Taylor (2)

Vijf kronieken geleden berichtte ik over een Fins meisje dat de Amerikaanse ambassade van Helsinki binnenliep en daar om een Amerikaans paspoort en een enkeltje naar Los Angeles vroeg. De receptioniste vroeg Anna (zo heette het meisje) waarom ze naar Amerika wilde.
‘Mijn moeder is overleden,’ zei Anna.
‘Uw moeder was Amerikaanse?’
‘Mijn moeder was Elizabeth Taylor.


vrijdag 16 september 2011

Pompeo's hobby's

Een van de foto’s in mijn Rodeflesjesalbum is een illegaal gemaakte foto. Dat zit zo: die foto is gemaakt in een appartement waar ik niet welkom ben. Soms heb je behoefte je territorium uit te breiden tot plekken waar je niet mag komen. Als het lukt heb je het gevoel méér te bestaan, als het niet lukt besta je er niet minder om.

Lees verder op tzum.info: http://www.tzum.info/2011/09/column-aristide-von-bienefeldt-pompeos-hobbys/

vrijdag 2 september 2011

Leve de Republiek der Nederlanden!

Voorstanders van de monarchie geven vaak hoog op van de optredens van de royals buiten de landsgrenzen en de zo gunstige invloed die dat zou hebben. ‘De Oranjes? Pure PR!’ zeggen ze dan. En: ‘Dankzij Trix staan we in de hele wereld op de kaart. Maar hoe is het eigenlijk gesteld met de kennis van het Nederlandse Koninklijk Huis in het buitenland?

LEES verder op Tzum.info:

vrijdag 19 augustus 2011

Het geheim van de directeur

'Rode flesjes openen deuren die anders gesloten blijven,’ schreef ik in mijn agenda na afloop van een catsit-missie in een flat aan de boulevard du Montparnasse.
Een terechte observatie, al was het geen deur maar een raam en moesten er verder nog aan een paar voorwaarden voldaan worden zoals het delen van een balkon met een advocatenkantoor en een dwangmatig fotograferen van een Spaflesje op buitenissige plaatsen en tijden.
‘Van het kantoor zul je weinig last hebben,’ had de conciërge me de eerste dag gebriefd, ‘en wat de directeur betreft, trek het je niet aan als hij je geen gedag zegt. Hij zegt niemand gedag.’

Lees verder op tzum.info:

zaterdag 6 augustus 2011

100% FABERGÉ

Een lezeres vroeg laatst waar ik mijn flesje bewaar als ik niet op reis ben. Als ik niet verder kijk dan nu en hier, is mijn antwoord: tussen mijn computer en een foto van Françoise Dorléac, de eeuwig jonge zus van Catherine Deneuve. Maar dat is niet altijd zo geweest.
Tot drie jaar geleden bewaarde ik mijn flesje in een zilveren bokaal. Die bokaal – versierd met bloem- en bladmotieven, in veelkleurig reliëf – had mijn moeder buitgemaakt in Veere, in de vroege jaren zeventig. Ze leerde hem kennen in een van zijn vorige functies: die van bloempot.

Lees verder op tzum.info:

dinsdag 2 augustus 2011

Recensie ROZE TZUM / IHLIA

Een diepterecensie van de Roze Tzum met een pluim voor Aristide von Bienefeldt en Arthur Japin, maar niet voor Doeke Sijens en Bart Temme. Menno Voskuil schrijft 'een mooi stukje non-fictie'. Tzum en de roze letteren: een muzt voor roze leesbeesten. http://www.ihlia.nl/dutch/collectie/Recensies/Non-fictie/Tzum

vrijdag 22 juli 2011

Een nachtje in het paleis

Drie keer heb ik mijn flesje laten overnachten op historisch verantwoorde plaatsen. De eerste keer koos ik het Van Loon museum in Amsterdam (in een kastje bij de toiletten, achter een stapeltje handdoeken), de tweede keer de National Portrait Gallery in Londen (in de handbagage van een suppoost die ik herkende van vroeger), de derde keer de gronden waar ooit een paleis gestaan heeft.
Dat paleis was het Palais des Tuileries, in Parijs dus, en de gronden strekken zich uit tussen het Pavillon de Flore en het Pavillon de Marsan, gebouwen die de uiteinden markeren van de twee Louvre-vleugels.

Lees verder op tzum.info:

donderdag 7 juli 2011

De geheime dochter van Elizabeth Taylor

Voordat Anna F*** van Facebook verdween, had ze me gevraagd een flesje op te sturen. Niet mijn eigen flesje, ze wilde een kloon en ze beloofde een album aan te leggen van Rood Flesje de Tweede, met foto’s uit haar habitat. Anna’s habitat ligt in Finland, in een dorpje waar het ‘s winters niet te harden is zo koud, en ‘s zomers niet te harden zo warm.
Ik stuurde een flesje, maar tot meer dan drie of vier foto’s kwam het niet. Op de laatste is een half gevulde tas te zien, er steekt een etui uit en de hals van Rood Flesje II. ‘We gaan op reis,’ liet Anna per telefoon weten.


Lees verder op tzum.info:

maandag 20 juni 2011

Een onwillige cocotte


In Parijs markeerde mijn flesje op een bijna surrealistische manier het einde van een vriendschap. Pedro – een van mijn internetcontacten – was een Zwitser die fortuin gemaakt had met beleggingsadviezen. Hij had in de buurt van Lausanne in een kasteeltje gewoond, samen met een dame die zich omdraaide als je heel hard ‘Madame Sans Gêne!’ riep.
Het leven van Madame Sans Gêne was een aanschakeling van kolderieke momenten en laat zich samenvatten als: De lotgevallen van het schone werkstertje uit Rouen dat het tot kasteelvrouwe in Zwitserland bracht.

Lees verder op tzum.info:


zondag 22 mei 2011

De bewaker, het flesje en de weddenschap / TZUM

Je ziet het overal, in de bus, in de trein of gewoon op straat: mensen die water drinken uit een flesje. Ik ben geen uitzondering, maar verschil is er ook: waar de meeste aardbewoners elke dag een nieuw flesje kopen en dat na gebruik weggooien, drink ik al jaren uit hetzelfde flesje. Plenty voordelen: het raakt nooit leeg (er is altijd wel een kraan in de buurt), je bespaart een fortuin (water is veel duurder dan je denkt), en, last but not least, je bent nooit alleen.

Lees verder op tzum.info:

http://www.tzum.info/2011/05/column-aristide-von-bienefeldt-de-bewaker-het-flesje-en-de-weddenschap/

woensdag 13 april 2011

Over 'Whence'

Dit lees ik in de Free Dictionary, Farlex:
The construction from whence has been criticized as redundant since the 18th century. It is true that whence incorporates the sense of from: a remote village, whence little news reached the wider world. But from whence has been used steadily by reputable writers since the 14th century, most notably in the King James Bible: "I will lift up mine eyes unto the hills, from whence cometh my help" (Psalms). Such a respectable precedent makes it difficult to label the construction as incorrect. Still, it may be observed that whence (like thence) is most often used nowadays to impart an archaic or highly formal tone to a passage, and that this effect is probably better realized if the archaic syntax of the word without from is preserved as well.

dinsdag 5 april 2011

Today I put an ad

Dutch novelist in search for an agent in the UK. Latest novel: The Sister Who was not Anna Magnani, about a forty-something woman of Italian descent who fights boredom with a dishwashing brush (‘The only one who is always there when I need someone to talk to’ and ‘we all deserve someone who never contradicts us’), a stray cat of Iranian descent and lots of cheating. Published in the Netherlands. A dossier with a resumé of the book, several reviews and a handful of chapters is available in English translation.

vrijdag 1 april 2011

Aristide von Bienefeldt meets Alice Nola, the protagonist of The Sister Who was not Anna Magnani.

I met Alice Nola on three occasions.
The first time, I bumped into her in Amsterdam Central Station. She was standing inside a shop, holding a postcard between her thumb and forefinger, and she asked the shopkeeper how many stamps she needed to send a card to Gent.
The shopkeeper wanted to know in which country Gent was located, and Alice Nola turned around as if she was searching for an audience to the reply she was about to give.
‘I am unable to cope with this case of force majeure,’ was her reply and I was the audience.
She slid the card – an image of a grey Persian cat, playing with something that looked like a little flask, used for perfume in the old days – back into the rack. She offered to ‘consume’ something in the station restaurant. My option – one of the terraces facing the station – hardly stood a chance. ‘I simply
adore stations,’ she said, ‘I hang around them all the time.’
The second railway station where our paths crossed again was Deventer Central Station.
This time, there was no geographically illiterate postcard assistant to bring us together. She had called me the day before. She was looking for someone who ‘did’ biographies.
‘I do not ‘do’ biographies,’ was my reply. She had insisted.
She felt that there was a ‘thin but unmistakable thread’, running through the phenomemon of ‘force majeure’ and our blossoming friendship.
In Deventer, Alice Nola told me about herself. ‘If you want me to write about you – for this had been her purpose all along – you will have to give me
something was my advice to her. She was dressed in a white coat adorned with oddly shaped feathers (‘Fake swan,’ she mentioned), and only once did she remove the sunglasses balancing on her nose: when she leaned over to whisper in my ear that one of her admirers had sent her a new perfume. She talked about her friendship with Mary. ‘The mornings I spent with Mary were the most interesting mornings of my life. I still have three vacant periods to fill. At the moment I concentrate on the most interesting afternoon of my life.’ While entrusting me with all kinds of details about Mary, she carefully watched the tables around ours, like a private investigator searching for set-ups and conspiracies.
‘Whence this suspicion, Alice Nola?’ I asked.
She gave me one of her serious looks. ‘I feel that I will meet Mary one more time in this life. It might just be today.’
It was nice to think that someone had asked me to write the story of her life. And yet, it was not nice to think that this person was going to interfere in the end.
Authorized Biographies are not only the least interesting biographies left to read, they are also the least interesting biographies to write.
My fears proved ungrounded.
‘Write anything you like,’ answered Alice Nola when I shared my doubts with her. ‘We will meet one more time. Then I want to find the book by accident. In a supermarket or a station, in a bookshop.
Somewhere.’
She asked me to choose a title she would immediately recognize. ‘Something that suits me. You know. Something sensational.’
We spent all afternoon in Deventer, had several coffees, gin tonics, soda water out of little red bottles, and ordered sandwiches with seaweed in a tearoom. In front of a tobacco shop I asked her if she would allow me to read
The Gospel According to Brenas – her beloved diary,
named after her cat.
‘Out of the question!’ she screamed, while she opened the pack of Chesterfield cigarettes she had just purchased. ‘My diary only has one author and one reader. I happen to be both of them.’
I did manage to get several pages from her – photocopies, with initials in six different colours, to be returned to an adress in Gent – thanks to the little sentence that had triggered our first encounter, the one I borrowed from her: ‘I am unable to cope with this kind of force majeure!’
Half a packet of Chesterfields and three gin tonics later, Alice Nola was still laughing. ‘I knew it, right from the beginning.’
I asked her what exactly she ‘knew, right from the beginning’.
‘The first time I saw you, I knew you were
made for my life.’
Two weeks later, in the station restaurant of Antwerp, she handed to me 24 pages.
‘If you make improper use of them,’ she said maliciously, ‘
we know where to find you.’
Once again I could have borrowed her little introductory sentence, but I prefered to agree in silence.
She hailed a taxi in front of the station and hastily jumped into it. I asked if we would meet again.
I don’t think so,’ Alice Nola said, while she shut the car door. The automobile hit the main road and at the end of a long row of hotels, Alice Nola began to move eastwards. She waved until the car vanished behind some gloomy Hilton-wall – or was it Ibis? One of Alice Nola’s requests I have not granted. She wanted me to use her real name.

woensdag 9 februari 2011

Knack / 8 februari / Ook Huub Beurskens verlaat Meulenhoff

Het plotse ontslag van Bart Kraamer, hoofdredacteur van Meulenhoff, blijft voor deining zorgen. Nadat schrijver Aristide von Bienefeldt al de deur dicht trok van het uitgevershuis, zegt nu ook auteur Huub Beurskens Meulenhoff de wacht aan. Hij verkast naar de Wereldbibliotheek en wil met zijn transfer expliciet protesteren tegen de kortzichtige besparingsoperatie bij Meulenhoff. Uitgerekend een hoofdredacteur als Kraamer met een groot hart voor de literatuur én zijn schrijvers wordt nu op de keien gezet, aldus Beurskens.

donderdag 27 januari 2011

vrijdag 14 januari 2011

Vannacht geef ik GRATIS exemplaren weg van EEN BESCHAAFDE JONGEMAN

Stuur een email naar aristidevonb@gmail.com, waarin u uw naam en uw adres vermeldt. Om in het bezit te komen van een gratis Von Bienefeldt-roman - met handtekening - gelden twee voorwaarden. Voorwaarde één: uw email moet mijn inbox bereiken tussen 19.00 (vrijdag 14 januari) en 18.00 (maandag 17 januari). Voorwaarde twee: zolang de voorraad strekt.